Alle bestanden

Uw zoekacties: Wapenalbum van familiewapens Bommelerwaard
x3115 Archief van het gemeentebestuur van Poederoijen, 1811 - 1955
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

3115 Archief van het gemeentebestuur van Poederoijen, 1811 - 1955
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1. De gemeente
2. Naam, vlag en wapen
3. Zelfstandigheid en samenvoeging
4. De gemeentelijke organisatie
3115 Archief van het gemeentebestuur van Poederoijen, 1811 - 1955
Inleiding
4. De gemeentelijke organisatie
Na de verwarde periode onder het Franse regime werden voorlopig de eigenaren van de heerlijkheden belast met de voordracht ter benoeming van schouten en bestuurders bij de koning 18), totdat in 1818 een nieuw reglement van kracht werd voor besturen op het platteland. 19) Bij die reorganisatie werd het platteland verdeeld in hoofdschoutambten en schoutambten met aan het hoofd hoofdschouten en schouten. De gemeenteraad bestond in kleinere gemeenten uit vier raadsleden, waarvan twee als assessor (wethouder) fungeerden. Bovendien werd bij heerlijkheden de rol van de heer gepreciseerd. De kandidaten voor zowel de raadsleden als de schout werden door de eigenaren der heerlijkheden voorgedragen ter benoeming, de raadsleden door gedeputeerde staten, de schout door de koning. Op dit alles hadden de inwoners vrijwel geen invloed. Wel bleef
naast het gemeentebestuur het polderbestuur bestaan, waarin de geërfden wel invloed hadden. De verhouding tussen het gemeentebestuur en het polderbestuur bleef geregeld door ’de bestaande dijkregten, reglementen en wel hergebragte kostumes, zoo lang daaromtrent geen voorziening zal zijn gemaakt’. 20)
Al in 1825 wordt een nieuw bestuursreglement vastgesteld. Dit Reglement op het bestuur ten platten lande van de provincie Gelderland was meer gedetailleerd dan het vorige, maar bevatte weinig wezenlijke veranderingen. 21) De aanduidingen hoofdschoutambt en schoutambt maakten plaats voor district en gemeente. In plaats van schout werd voortaan gesproken van burgemeester, maar de naam assessor bleef gehandhaafd. Verder werd het aantal leden van de gemeenteraad in kleine gemeenten verhoogd van vijf tot zeven inclusief de burgemeester.
Meer fundamentele wijzigingen bracht de gemeentewet van 1851. 22) Deze wet is, weliswaar met een aantal wijzigingen, van kracht gebleven in de hier beschreven periode. Met deze wet verviel het verschil tussen steden en plattelandsgemeenten. De raad was nu het hoogste college van de gemeente, het college van burgemeester en wethouders vormde het dagelijks bestuur. De burgemeester was voorzitter van beide colleges. De burgemeester kon aanvankelijk nog wel lid van de raad zijn, maar moest dan als zodanig gekozen worden. In kleinere gemeenten zoals Poederoijen werd het aantal raadsleden op zeven gebracht, ongeacht of de burgemeester er lid van was.
Belangrijker was misschien wellicht het feit, dat vanaf 1851 de bevolking enige invloed op het bestuur begon te krijgen, zij het aanvankelijk nog zeer beperkt. Door het censuskiesrecht konden nu de meest draagkrachtige inwoners zelf de gemeenteraadsleden kiezen. Geleidelijk aan werd de drempel voor dit censuskiesrecht lager tot uiteindelijk in 1917 het algemene kiesrecht voor mannen en in 1919 het algemene kiesrecht voor vrouwen werd ingevoerd. De rechten van de eigenaren van de heerlijkheden voor zover het de voordracht en benoeming van plaatselijke bestuurders betrof, kwamen in 1851 geheel te vervallen.
Zoals gezegd bleef, afgezien van kleinere wijzigingen, de gemeentewet van 1851 de structuur van de gemeentelijke organisatie bepalen, met uitzondering van een korte periode gedurende de tweede wereldoorlog. In 1941 werd op bevel van de Duitsers de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders buiten werking gesteld en kreeg de burgemeester alle bevoegdheden binnen de gemeente. 23) De toenmalige burgemeester W.J. Pos werd na de bevrijding gedurende de periode juni-oktober 1945 geschorst, hangende een onderzoek naar zijn gedrag in de oorlog. Een dergelijk onderzoek ondergingen alle burgemeesters, die tijdens de oorlog op hun post waren gebleven. Hij werd tijdelijk vervangen door D.W. van Dam van Brakel. Verder werd een tijdelijke gemeenteraad samengesteld tot de verkiezing van de nieuwe gemeenteraad in 1946, waarbij het college van burgemeesters en wethouders grotere bevoegdheden had. 24)
5. Het Manhuisfonds
6. Archief
7. Inventarisatie
Noten
1. J.J.A. Buylinckx, De bevolking van de Bommelerwaard in 1810. In: Tussen de Voorn en Loevestein XXXI (1995), nr.90, p. 1-8.
2. S. Dumont en M. Kleijnen, Van wege den koning, Zaltbommel 1992.
3. Inventarisnummer 3115/631.
4. Inventarisnummer 3115/637.
5. Archief gemeente Brakel 1811-1955, inventarisnummer 3116/664.
6. Inventarisnummer 3115/1, vergaderingen van 26-5-1820 en van 30-6-1821.
7. Archief gemeente Brakel 1811-1955, inventarisnummer 3116/1462. Division territoriale du département des Bouches du Rhin, 4 augustus 1811, aanwezig in de bibliotheek van het Streekarchief Br-946.
8. Staatsblad 1814, no. 84.
9. Inventarisnummer 3115/1, vergadering van 30-6-1821.
10. Inventarisnummer 3115/4, vergadering van 29-4-1846.
11. Archief gemeente Zuilichem 1811-1955, inventarisnummer 3008/76 en Archief gemeente Brakel 1811-1955, inventarisnummer 3116/12.
12. Inventarisnummer 3115/630.
13. Inventarisnummer 3115/4, vergadering van 9-4-1852.
14. Inventarisnummer 3115/9, vergadering van 19-8-1925.
15. Inventarisnummer 3115/1964. N.A.H. Greve, Ruilverkavelingen. In: H.P. de Bruin (red.), Het Gelders rivierengebied uit zijn isolement, Tiel 1988.
16. Inventarisnummer 3115/634.
17. Id.
18. Staatsblad 1814, no. 46.
19. Reglement voor het platteland van de provincie Gelderland, benevens de verdeling in hoofdschout-ambten en schout-ambten, Arnhem 1817.
20. Id.
21. Reglement op het bestuur ten plattenlande van de provincie Gelderland, Arnhem 1825.
22. Staatsblad, 29 juni 1851, no. 85.
23. Verordeningenblad voor het bezette Nederlandsche gebied, 3 maart 1941.
24. Inventarisnummer 3115/650.
25. Inventarisnummer 3115/2342.
26. Id.
27. J. den Draak, Gebundelde inventarissen van het archief van de heren van Rossum als beheerders van de geestelijke goederen in de heerlijkheid Rossum en het archief van het Manhuisfonds te Rossum. Arnhem, 1979.
28. R.H.C. van Maanen, Industriële activiteit te Poederoijen. In: Tussen de Voorn en Loevestein XXXIII (1997), nr. 97, p. 13-20.
29. Inventarisnummer 3115/434.
30. Inventarisnummer 3115/46.
31. Inventarisnummer 3115/440.
32. Inventarisnummer 3115/549.
33. Archief van de gemeente Brakel 1811-1955, inventarisnummer 3115/724.
34. Archief van de gemeente Brakel 1811-1955, inventarisnummer 3115/725.
35. S.M. Dumont, In: T. de Roos en J. de Roos (red.), Gemeentehuizen in Gelderland, Groningen 1995, p. 52-55.
36. J.J.A. Buylinckx, Inventaris van de archieven van de gemeenten Zuilichem, Nieuwaal en Aalst 1810-1811, Zuilichem en Nieuwaal 1811-1817 en Zuilichem 1818-1955, Zaltbommel 1996.
37. M.P.M. Kleijnen, Inventaris van de archieven van de gemeenten Brakel, Poederoijen, Munnikenland en Loevestein 1810-1811 en Brakel 1811-1955, Zaltbommel 1998.
38. R.A.D. Renting, Plaatsingslijst van het archief van de dorpspolder Aalst, 1547-1954. A.G. Gort, Archieven van het Polderdistrict beneden de Meidijk en de inliggende dorpspolders 1838-1968, Zaltbommel 1995.
39. Stukken uit de nalatenschap van de vroegere gemeente-ontvanger G. van Os (inventarisnummers 3115/1359 en 3115/1367) en stukken uit de bij het Streekarchief berustende collectie De Hoop (inventarisnummer 3115/2237).
40. Inventarisnummer 3115/459.
Bijlage: Lijsten van bestuurders en functionarissen
1. Burgermeesters
2. Wethouders
3. Raadsleden
4. Ontvangers
5. Secretarissen
Noten bij de bijlage
Inventaris
Kenmerken
Datering:
1811 - 1955
Plaats:
Poederoijen
Dekking in tijd:
1811 - 1955
Verversingsgraad:
onregelmatig
Taal:
Nederlands
Gemeente:
Zaltbommel
Locatie:
Poederoijen
Licentie:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS