Alle bestanden

Uw zoekacties: Archief van het Vissersgilde St. Pieter 1660 - 1815, Vissers...
x3124 Archief van het Vissersgilde St. Pieter 1660 - 1815, Visserscollege St. Pieter 1815 - 1869 en Instelling St. Pieter 1869 - 1924 te Heerewaarden, 1660-1924
Uitleg bij archieftoegang

Een archieftoegang geeft uitgebreide informatie over een bepaald archief.

Een archieftoegang bestaat over het algemeen uit de navolgende onderdelen:

• Kenmerken van het archief
• Inleiding op het archief
• Inventaris of plaatsingslijst
• Eventueel bijlagen

De kenmerken van het archief zijn o.m. de omvang, vindplaats, beschikbaarheid, openbaarheid en andere.

De inleiding op het archief bevat interessante informatie over de geschiedenis van het archief, achtergronden van de archiefvormer en kan ook aanwijzingen voor het gebruik bevatten.

De inventaris of plaatsingslijst is een hiërarchisch opgebouwd overzicht van beschreven archiefstukken. De beschrijvingen zijn formeel en globaal. Het lezen en begrijpen van een inventaris behoeft enige oefening en ervaring.

Bij het zoeken in de inventaris wordt de hiërarchie gevolgd. De rubrieken in de inventaris maken deel uit van de beschrijving op een lager niveau. Komt de zoekterm in een hoger niveau voor, dan voldoen onderliggende niveaus ook aan de zoekvraag.

3124 Archief van het Vissersgilde St. Pieter 1660 - 1815, Visserscollege St. Pieter 1815 - 1869 en Instelling St. Pieter 1869 - 1924 te Heerewaarden, 1660-1924
Zoek in deze inventaris
>
Zoektermen
Zoektips!

Wildcards kunnen het zoeken vergemakkelijken:

  • Een ? (vraagteken) vervangt een letter
  • Een * (sterretje) vervangt een aantal letters
  • Door een $ (dollarteken) voor een zoekterm te zetten, zoekt u naar woorden die op elkaar lijken.

Meer zoektips vindt u hier.

 
 
Inleiding
1. Historie
3124 Archief van het Vissersgilde St. Pieter 1660 - 1815, Visserscollege St. Pieter 1815 - 1869 en Instelling St. Pieter 1869 - 1924 te Heerewaarden, 1660-1924
Inleiding
1. Historie
Over het ontstaan van het Vissersgilde en de Heerewaardense visrechten is weinig bekend. Het oudste stuk in het hier beschreven archiefje is een gildekaart (gildereglement) uit 1660, toen dat reglement werd aangepast. In dat reglement wordt verwezen naar eerdere aanpassingen in 1602 en 1592. Het Heerewaardense visrecht toebehorende aan de inwoners van Heerewaarden strekte zich uit wat de Maas betreft over de hele breedte van de rivier van het territorium van Lith tot dat van Drie en wat de Waal betreft over de volle breedte van de rivier van het territorium van Zennewijnen tot dat van Rossum. Alle leden van het gilde (gildebroeders) waren gerechtigd om te vissen in het Heerewaardense viswater. In het archief zijn diverse ledenlijsten bewaard gebleven. Op of rond 22 februari, de feestdag van St. Petrus (St. Pieter), werd er een of twee dagen gefeest (de teerdagen) met een feestmaaltijd. Het was ook de gelegenheid om van bestuursleden te wisselen. Wie tijdens de teerdagen niet op kwam dagen verbeurde een boete. Het gilde had ook een sociale functie ten aanzien van het ter aarde bestellen van overleden leden, waar dan weer een 'doodschuld' in de vorm van bier tegenover stond. Het gilde werd bestuurd door vier dekens, waarvan er elk jaar tijdens de teerdag twee aftraden, en een overman. Vanaf 1660 trad de schout van Heerewaarden steeds op als overman. Aan het gilde waren een bode en een vaandrig verbonden.
Het gilde had voor de reformatie een eigen altaar van St. Pieter (Petrus) in de kerk van Heerewaarden. Na de reformatie, Heerewaarden ging volgens overlevering in 1600 massaal over op de nieuwe religie, maar er was al in 1579 een predikant actief die werd betaald uit de opbrengsten van het altaar van St. Pieter in de parochiekerk, verviel die kerkelijke binding. In het reglement van 1660 werd de teerdag verschoven van 22 februari naar 24 februari om vooral toch maar niet de indruk te wekken dat het om een Paaps feest ging. Zeker na 1660 zijn er ook gildebroeders van buiten Heerewaarden. Van een ongestoord bezit van het visrecht was vaak geen sprake. Soms moesten de gildebroeders zich met hand en tand verdedigen tegen aanspraken die menig naburig dorp of heer meende te hebben op ook een stukje van de Heerewaardense rechten, waarvan de herkomst moeilijk aantoonbaar was.
In 1811, toen Nederland tot het Franse keizerrijk behoorde, werd het Heerewaardense visrecht vervallen verklaard, maar in 1814 werd Heerewaarden weer hersteld in die rechten. Aangezien de gilden in de Bataafs-Franse tijd waren opgeheven ging het vissersgilde sindsdien door het leven als het Visserscollege St. Pieter. Vanaf 1815 was het visrecht niet meer voorbehouden aan de gildebroeders maar werd het recht om te vissen in de Heerewaardense wateren in percelen verpacht aan de meestbiedende. De opbrengsten werden tijdens de teerdagen verdeeld onder de gildebroeders, in 1816 waren dat er 61. Nieuwe leden werden nog wel aangenomen, maar moesten een zodanig inleggeld betalen, dat een lidmaatschap pas na verloop van enkele jaren rendeerde. In 1824 wordt ook bepaald dat alleen leden boven de 18 jaar mee mogen profiteren van de pachtopbrengsten. Vanaf 1850 wordt het aantal leden beperkt tot 50. Lang was deze situatie niet houdbaar zeker nadat in 1820 al een landelijke regeling van kracht werd dat gildebezittingen zouden overgaan op de burgerlijke gemeenten en dat de opbrengst op die wijze ten goede zou komen aan alle inwoners. Lang bleef onduidelijk of deze regeling ook voor het Heerewaardense Visserscollege van toepassing was. Beheer door de gemeente zou wellicht betekenen dat de tientallen vissers uit Heerewaarden zelf voortaan bij de verpachtingen helemaal achter het net zouden vissen en het Visserscollege beraadde zich dus op maatregelen om dat te voorkomen. In de tweede helft Ondertussen moeten steeds meer rechtszaken gevoerd worden tegen partijen die knabbelen aan de visrechten, vooral de heer Van Varik, die rechten meent te kunnen doen gelden op de visvangst op de halve rivier bij dat dorp. Een uitspraak van het Hof in Arnhem uit 1867 leidt er toe dat Heerewaarden het visrecht op de Waal voortaan moet delen met Varik.
De situatie waarbij de wettelijke regeling uit 1820 in Heerewaarden niet is uitgevoerd blijkt ook onhoudbaar. De gemeente had de visrechten over moeten nemen en de opbrengsten ten behoeve van het hele dorp moeten besteden. In 1869 is het dan zover, op 24 april besluit de gemeenteraad de visrechten over te nemen. Daarmee komt er een einde aan het Visserscollege. Op dat moment zijn er 51 gildebroeders. Ook nu wordt niet zonder meer bepaald dat de gemeente volledig treedt in de rechten van het gilde. Het Visserscollege wordt omgevormd tot 'Instelling van St. Pieter' die tot doel heeft om armoede van de gildebroeders te voorkomen. De instelling krijgt wel een reglement, maar wordt geen eigen rechtspersoon. De constructie 'rammelt' en zal nadien nog leiden tot juridische problemen, maar vooralsnog wordt het reglement toegepast tot ca. 1900. De gildebroeders worden ondersteund uit de pachtopbrengsten, maar aangezien er geen nieuwe leden worden aangenomen verminderd tegen het einde van de eeuw het aantal uitkeringsgerechtigden snel. De jaarlijkse teerdagen werden al niet meer gehouden vanaf 1864. Als pachters treden na 1869 steeds vaker beroepsvissers op, de vissende inwoners van Heerewaarden hadden steeds vaker het nakijken, maar voor de gerechtigden in de Instelling van St. Pieter bleef er wel een zwaar geclausuleerd en daarmee ingeperkt recht om met beperkte hulpmiddelen te blijven vissen in Heerewaardens water. In 1923 overleed Fier van der Helden, de laatste gerechtigde in de Instelling van St. Pieter. De gemeenten had echter zijn rechten op een uitkering al in 1915 afgekocht. Alle inkomsten en bezittingen vervielen daarna onbezwaard aan de gemeente Heerewaarden.
Dat Heerewaarden een St. Pietersgilde had is vrij algemeen bekend en wordt regelmatig in publicaties vermeld. Het is veel minder bekend dat het dorp ook een Catharinagilde (Caterinagilt) heeft gekend. Het is (nog?) onduidelijk wat het doel was van het gilde, of het meer van oorsprong een kerkelijke broederschap was, een schuttersgilde of een ambachtsgilde. Ook is niet bekend wanneer het werd opgericht en wanneer het werd opgeheven. Tot nu toe werden de enige verwijzingen aangetroffen in het Rechterlijk Archief van Heerewaarden, toegang 3187, inv.nr. 148. Daarin staan enkele vermeldingen uit 1631 en 1632 van mensen die zich inkochten in het gilde. Het blijkt dat het gilde teerdagen hield op de feestdag van de H. Catharina (25 november) en dat de gildebroeders werden begraven door het gilde.
2. Archief
3. Literatuur
Inventaris
Kenmerken
Plaats:
Heerewaarden
Datering:
1660-1924
Verversingsgraad:
onregelmatig
Dekking in tijd:
1660-1924
Taal:
Nederlands
Omvang in meters:
0,75
Openbaarheid:
Geheel openbaar
Gemeente:
Maasdriel
Locatie:
Heerewaarden
Licentie:
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS